Een kraambedpsychose is een toestand van grote verwardheid die gepaard kan
gaan met hallucinaties (dingen horen, zien of voelen die er in werkelijkheid niet zijn) of wanen (verkeerde denkbeelden). Bovendien heeft de kraamvrouw vaak een abnormale stemming (ze is met name heel druk). Ook kunnen zich bewustzijnsstoornissen voordoen.
Moeilijk te herkennen
Het beeld dat optreedt bij een kraambedpsychose kan zeer sterk wisselen. Er kunnen uren of zelfs dagen zijn waarin een vrouw volkomen rustig en normaal is. Dat maakt het soms moeilijk om een kraambedpsychose te herkennen. Als een verloskundige of huisarts juist in een rustige periode langskomt om poolshoogte te nemen, is de psychose nauwelijks waar te nemen.
Geen depressiviteit
Veel mensen denken bij een psychose ook aan depressiviteit. Dit is echter niet hetzelfde. Bij depressie is er sprake van een constant sombere stemming. Iemand met een psychose neemt de werkelijkheid op een verwrongen manier waar. De moeder denkt bijvoorbeeld dat iemand haar achtervolgt, dat haar pasgeboren kindje bezeten is door de duivel of dat ze kanker heeft. Of ze hoort stemmen die haar opdracht geven iets te doen - de stemmen dragen haar bijvoorbeeld op haar kind in een kast te stoppen of zichzelf iets aan te doen.
Ontwikkeling
Een kraambedpsychose ontwikkelt zich - de naam zegt het al - tijdens de kraamperiode. De eerste symptomen zijn meestal zichtbaar vanaf de derde of vierde dag na de bevalling. Vaak vallen ze niet meteen op: het gaat om rusteloosheid, opgewonden zijn, snel wisselende stemmingen, slaapstoornissen en prikkelbaarheid.
Veel energie
In veel gevallen wekt de moeder de indruk dat het fantastisch met haar gaat: ze barst van de energie en ‘doet alweer van alles'. Ze laat de hond driemaal daags uit en staat ook nog eens de zolderkamer te poetsen. Achteraf kun je dan constateren dat daarmee de psychose begonnen is.
Achterdochtig
Na enkele dagen ontwikkelt een psychose zich heel snel en is het overduidelijk dat er iets aan de hand is. De kraamvrouw denkt onsamenhangend, is achterdochtig en soms ook agressief. De meeste kraambedpsychosen komen binnen vijftien dagen na de bevalling volledig tot ontwikkeling. Zodra de eerste waandenkbeelden de kop opsteken en de psychose aan het licht komt, moet zo snel mogelijk een arts worden ingeschakeld. De moeder mag geen seconde meer alleen worden gelaten.
Baby vermoorden
De waandenkbeelden zijn voor haar zó realistisch dat het heel goed mogelijk is dat ze de opdrachten die ze hoort echt gaat uitvoeren. Zo zijn voorbeelden bekend van vrouwen die hun kind of zichzelf vermoordden, de baby verstopten of hun kind wasten met chloor ‘omdat ze onder de rode beestjes zat'. Vaak hebben de waandenkbeelden te maken met thema's als zwangerschap, de bevalling en de baby. Ook denkbeelden rond religie kunnen aan de orde zijn.
Oorzaak onbekend
Over de oorzaak van een kraambedpsychose bestaat nog geen zekerheid. Veel experts denken dat de hormoonbalans na de bevalling zodanig verstoord is, dat de psychose een kans krijgt. Of dat waar is en hoe dat dan precies in zijn werk gaat is vooralsnog niet bekend. Wel zijn er enkele risicofactoren. Men vermoedt dat de kraambedpsychose een broertje of zusje is van een manisch-depressieve psychose. Als manische depressiviteit bij familie in de eerste graad voorkomt, is er een verhoogde kans op kraambedpsychose. Moeders die eenmaal een kraambedpsychose hebben gehad, hebben bovendien zo'n veertig procent kans dat ze er na
een volgende bevalling opnieuw een krijgen.
Keizersnede
De psychiaters Klompenhouwer en Van Hulst noemen nog drie mogelijke factoren die de kans op een kraambedpsychose verhogen: het ontbreken van een partner, het ondergaan van een keizersnede en het verlies van de baby rondom de geboorte. De belangrijkste risicofactor voor een eerste kraambedpsychose is echter erfelijke aanleg.
Behandeling
Behoort een aanstaande moeder tot de risicogroep? Dan regelt de huisarts vaak al in de zwangerschap contacten met een psychiater. Doorgaans vindt de bevalling in zulke gevallen in het ziekenhuis plaats. Als voorzorgsmaatregel krijgen vrouwen die al eerder een kraambedpsychose hebben doorgemaakt direct na de bevalling medicatie toegediend. Dit is meestal lithiumcarbonaat, dat de stemming stabiliseert en de kans op een psychose met ongeveer tien procent verkleint.
Medicamenten
Een kraambedpsychose is doorgaans goed te behandelen, al kost dat wel enkele maanden tijd. Medicamenten vervullen daarbij een belangrijke rol. Het gaat dan om een combinatie van lithium (een stemmingsstabilisator), haldol (een antipsychotisch middel dat werkt tegen waandenkbeelden) en lorazepam (een rustgevend middel). Vrouwen met een kraambedpsychose neemt men meestal in het ziekenhuis op. Bijvoorbeeld op de psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis (PAAZ) of in een algemeen psychiatrisch ziekenhuis (APZ). Soms kan dit samen met de baby. Soms is alleen een ambulante behandeling mogelijk. De kraamvrouw moet dan wel dag en nacht een begeleider bij zich hebben tot het beter gaat.
GGZ
Een ziekenhuisopname duurt gemiddeld enkele maanden. Dat is een lange periode, maar die hebben de meeste vrouwen absoluut nodig om volledig van een kraambedpsychose te herstellen. Een kleine minderheid heeft meer tijd nodig. Na de behandeling in een ziekenhuis blijft de vrouw minimaal zes maanden medicamenten gebruiken. Bij sommige vrouwen is de kraambedpsychose het begin van een manisch-depressief beeld. Tot slot komen veel vrouwen in een later stadium bij de GGZ terecht, hetzij omdat ze nog een kind willen, hetzij voor therapie om de nare tijd rondom de bevalling te verwerken.
Tekst: Stan Verhaag
Bron: KraamSupport
Klik hier voor andere dossiers voor kraamverzorgenden
Klik hier voor een abonnement op KraamSupport
|