Onze verre voorouders gaven hun kinderen zeker een jaar borstvoeding

Meer dan twee miljoen jaar geleden liep in Zuid-Afrika een mensachtige rond die we tegenwoordig aanduiden als Australopithecus africanus. En tanden van deze verre voorouder van de moderne mens wijst nu uit dat de mensachtige langdurig en intensief zorg droeg voor zijn kinderen. Zo kregen ze zeker een jaar lang borstvoeding. Dat is te lezen in het blad Nature.

Het onderzoek
De onderzoekers bogen zich over gefossiliseerde tanden die terug zijn gevonden in een gebied in Zuid-Afrika dat Sterkfontein wordt genoemd. “Gefossiliseerde tanden zijn belangrijk voor dit type onderzoek, omdat tanden groeien zoals bomen met hun jaarringen dat doen,” legt onderzoeker Justin Adams aan Scientias.nl uit. “Terwijl tanden zich ontwikkelen, worden er regelmatig laagjes glazuur gevormd. En terwijl die laagjes glazuur worden gevormd, worden chemische stofjes die een afspiegeling vormen van het voedsel dat we eten en de omgeving waarin we leven, in dat glazuur ingevangen.” En door de tanden heel zorgvuldig te bemonsteren, kunnen onderzoekers conclusies trekken over wat deze mensachtigen in een gegeven periode van hun leven aten. Ze keken daarbij onder meer naar sporen van elementen zoals lithium, strontium en barium. “Waarvan we weten dat de mate waarin ze in tanden voorkomen afhankelijk van of iemand borstvoeding krijgt of ander voedsel eet, sterk kan variëren.”

Het onderzoek wijst uit dat kinderen van A. africanus totdat ze een jaar oud waren veel borstvoeding kregen. Zodra ze een jaar oud waren, werd dat minder, maar bleken de mensachtigen zo af en toe toch nog op borstvoeding terug te vallen. Volgens de onderzoekers zijn de momenten waarop A. africanus terugvalt op borstvoeding seizoensgebonden. Waarschijnlijk waren er bepaalde seizoenen waarin voedseltekorten de moeder ertoe dwongen om het door haar verzamelde voedsel aan te vullen met borstvoeding.

Voortplantingsstrategie
De studie is bijzonder, zo stelt Adams. “Eerdere vergelijkbare studies keken naar relatief recent levende familieleden van de moderne mens, zoals Neanderthalers.” Het is echter voor het eerst dat men iets kan zeggen over de manier waarop mensachtigen die veel langer geleden leefden, hun kinderen grootbrachten. Dat A. africanus veel tijd en energie in het nageslacht stak, is volgens de onderzoekers niet heel verrassend. Wat ze wel verrast heeft, is dat A. africanus ook na de eerste verjaardag van de kinderen nog bij tijd en wijle borstvoeding gaf. “Dit heeft belangrijke implicaties voor de levensgeschiedenis en het gedrag van deze vroege menselijke voorouders,” stelt Adams. “Allereerst vertelt het direct iets over hoelang er voor het nageslacht gezorgd werd en hoelang dat nageslacht afhankelijk was van borstvoeding.” Maar indirect vertelt het ook iets over de voortplantingsstrategie van A. africanus. “Hun voortplantingsstrategie leek mogelijk meer op die van orang-oetans, waarbij er lang door de ouders voor de kinderen gezorgd wordt en ook lang borstvoeding wordt gegeven. Deze aanpak vergroot de overlevingskansen van het kind, maar betekent ook dat er meer tijd tussen de geboortes zit en er in de periode dat een vrouwtje vruchtbaar is minder kinderen ter wereld komen.”

Uitgestorven
En uiteindelijk kan het onderzoek mogelijk zelfs helpen verklaren waarom A. africanus vandaag de dag niet meer op de aarde rond wandelt. De tanden getuigen er namelijk van dat kinderen ook na het eerste levensjaar regelmatig terugvielen op borstvoeding en te maken hadden met een seizoensgebonden tekort aan voedsel. Mogelijk heeft dat tekort aan voedsel – dat in eerste instantie misschien wel voordelig leek, zie kader – deze soort uiteindelijk toch genekt.

Uitgebreide en langdurige zorg van ouders voor hun kinderen, is duidelijk al heel oud. Twee miljoen jaar geleden besteedden mensachtigen immers al langdurig veel tijd en energie in hun nageslacht. Het roept natuurlijk de vraag op of A. africanus een trendsetter was, of dat er daarvoor ook al mensachtigen waren die de nodige inspanningen verrichtten om hun kinderen groot te brengen. “Wat wij hebben aangetoond, is dat fossiele resten van mensachtigen die zeker 2 miljoen jaar oud zijn, meer kunnen vertellen over de eerste levensjaren van deze mensachtigen,” stelt Adams. Het betekent dat het in ieder geval mogelijk moet zijn om ook resten van mensachtigen die tussen de gloriedagen van A. africanus en die van de Neanderthalers leefden, vergelijkbare geheimen te ontfutselen. “Het bestuderen van soorten die nog eerder leefden, zoals Australopithecus afarensis of Ardipithecus ramidus, vereist nader onderzoek waarin we ons ervan verzekeren dat de chemische signalen die we in dit onderzoek hebben gevonden ook bewaard blijven in tanden die miljoenen jaren ouder zijn.”

 

Bron: Scientas.nl

 Afbeelding: Southern Cross University

Geen reacties

Jij kunt de eerste zijn, plaats een reactie!

Geef een reactie



Dank je wel ${name},

Je reactie is verzonden.
We zullen deze bekijken en zo snel mogelijk plaatsen.

Naam Reactie
Reactie plaatsen