Rapport peiling melkvoeding

Zeven op de tien moeders (69%) startte in 2018 met het geven van borstvoeding. Dit percentage is lager dan die in de eerdere peilingen tussen 2001 t/m 2015 werd gerapporteerd. Het percentage moeders dat na 1, 3 en 6 maanden borstvoeding gaf is vrijwel gelijk gebleven ten opzichte van de peilingen die tussen 2001 en 2010 zijn uitgevoerd, maar is ten opzichte van de peiling uit 2015 gedaald.

Deze conclusie is te lezen in het rapport Peiling Melkvoeding. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft het NCJ gevraagd om een Peiling Melkvoeding uit te voeren met behulp van de geregistreerde data uit het Digitaal Dossier Jeugdgezondheidszorg (DD JGZ). De peiling is uitgevoerd in samenwerking met TNO. In het rapport worden de resultaten van de peiling over melkvoeding (0 t/m 12 maanden) op basis van data uit Jeugd in Beeld (JIB) weergegeven voor het jaar 2018.

Methode

Er zijn 7 JGZ-organisaties verspreid door Nederland die data over het jaar 2018 hebben aangeleverd uit het DD JGZ op het thema melkvoeding. Hierbij gaat het om de gegevens die de JGZ-professional heeft geregistreerd in het DD JGZ tijdens een contact(moment) met de zuigeling en zijn of haar ouder(s).

Resultaten

Van 32.532 zuigelingen en hun moeders waren gegevens over melkvoeding beschikbaar. De verdeling van de achtergrondkenmerken van de zuigelingen en hun moeders kwam overeen met de landelijke cijfers.

In 2018 startte 69% van de moeders met het geven van borstvoeding na de geboorte. Dit percentage is lager dan gerapporteerd in de eerdere peilingen tussen 2001 t/m 2015 (74-81%). Net als bij eerdere peilingen vond er in de eerste maand na de geboorte een snelle daling plaats van het percentage zuigelingen dat uitsluitend borstvoeding kreeg (47%). Op de leeftijd van 3 maanden daalde dit percentage naar 31%. In totaal gaf 19% van de moeders borstvoeding bij 6 maanden, 12% bij 9 maanden en 9% bij 12 maanden.

Hoogopgeleide moeders startten vaker met het geven van borstvoeding (76%) in vergelijking met moeders met een gemiddelde opleiding (63%) en een lage opleiding (59%). Ook startten moeders die in het buitenland zijn geboren en/of waarvan de zuigeling in het buitenland is geboren vaker met het geven van borstvoeding (81-86%) ten opzichte van moeders en/of zuigelingen die in Nederland zijn geboren (65-66%).

De percentages borstgevoede zuigelingen op de leeftijd van 1, 3 en 6 maanden waren in 2018 vrijwel gelijk aan die van de peilingen die zijn uitgevoerd tussen 2001 en 2010. Deze percentages met betrekking tot het geven van borstvoeding waren in 2018 lager dan die uit de peiling melkvoeding van 2015.

Conclusie

Zeven op de tien moeders (69%) startte in 2018 met het geven van borstvoeding. Dit percentage is lager dan die in de eerdere peilingen tussen 2001 t/m 2015 werd gerapporteerd. Het percentage moeders dat na 1, 3 en 6 maanden borstvoeding gaf is vrijwel gelijk gebleven ten opzichte van de peilingen die tussen 2001 en 2010 zijn uitgevoerd, maar is ten opzichte van de peiling uit 2015 gedaald. Een kanttekening hierbij is dat de data in 2018 op een andere manier verzameld zijn (DD JGZ) dan bij de eerdere peilingen (vragenlijsten). Hierdoor moet voorzichtig worden omgegaan met de conclusies gebaseerd op de vergelijking met eerdere peilingen.

bron: NCJ

 

Reactie op “Rapport peiling melkvoeding


  1. Ans schreef:

    3 maanden, dan moeten moeders aan het werk. In meerdere landen is het verlof langer, daar ligt een grote plus. Hier staan ook schappen vol met melkpoeder. In Scandinavië is de keuze zeer beperkt. En borstvoeding de norm. Goede verlof- en zorg regels ondersteunen het.

Geef een reactie



Dank je wel ${name},

Je reactie is verzonden.
We zullen deze bekijken en zo snel mogelijk plaatsen.

Naam Reactie
Reactie plaatsen