Vraag:
Mijn kraamvrouw heeft waarschijnlijk blaasontsteking. Kan ze hiermee gewoon borstvoeding geven? Of moet ze overstappen naar flesvoeding? En kan ze wel BV geven als ze een antibioticakuur krijgt?
Antwoord:
Stoppen met de borstvoeding zelden nodig als de moeder ziek is. Mocht het gaan om verkoudheid of griep, dan maakt de moeder zelfs heel snel specifieke antistoffen aan die haar kind zal beschermen hiertegen.
In dit geval gaat het om een vermoedelijke urineweginfectie. Om uit te zoeken of deze moeder daadwerkelijk een urineweginfectie heeft, moet ze de urine testen laten testen bij de huisarts.
Een urineweginfectie is meestal geen reden om met de borstvoeding te stoppen. Wel zijn er een paar aandachtspunten. Een moeder die ziek is, kan extra steun gebruiken bij huishoudelijke taken, zodat zij sneller kan herstellen en door te gaan met de verzorging van haar baby. Een moeder met koorts moet moeten zorgen voor voldoende vochtinname.
Mocht de huisarts een urineweginfectie constateren, dan is de kans groot dat de moeder antibiotica krijgt. Er zijn verschillende soorten antibioticakuren, sommige zijn wel en andere zijn niet verenigbaar met borstvoeding. Daarom is het altijd belangrijk om tegen de arts te vertellen dat de moeder borstvoeding geeft.
De meeste antibioticakuren hebben bijwerkingen, dus als een moeder antibiotica gebruikt en borstvoeding geeft, dan kan zij die bijwerkingen misschien ook waarnemen bij haar baby. Mocht het zo zijn dat haar baby veel dunne ontlasting krijgt hierdoor, moet zij haar kind waarschijnlijk wat vaker voeden om het vochtgehalte goed op peil te houden. Meestal zal de baby hier zelf ook om vragen, dus de moeder moet goed op de voedingssignalen van de baby letten en voeden op verzoek.
Antibiotica doodt bacteriën die de infectie veroorzaken, maar er ook nuttige bacteriën. Hierdoor kunnen schimmels meer kans krijgen. De moeder heeft dus een grotere kans dat zij een candida infectie aan haar tepels krijgt. Kraamverzorgenden moeten dus voorlichting geven over hoe zij dit kan herkennen: branderige, stekende, ‘geschaafde' of geïrriteerd aanvoelde tepels (vooral aan het eind van de voeding en tussen de voedingen door). Ook heeft de baby grotere kans op spruw. Spruw is soms moeilijk waar te nemen, maar kijk elke dag in de mond van de baby om te zien of er een witte waas, een parelmoeren glans of een witte aanslag achter op de tong ontstaat. Je ziet namelijk niet altijd witte vlekken. Verder kan de baby door een schimmelinfectie flinke rode en bobbelige luieruitslag krijgen, ook in de huidplooien (liezen, bilnaad). Bij deze klachten moeten baby en moeder behandeld worden door de huisarts.
| Jouw mening |
Vind jij het lastig om te kramen bij een baby met het syndroom van Down? |